Partytime, Pattaya, september 2014.

Ning is 46 jaar geleden geboren in de Isaan, een plattelandsregio die het Noord-Oosten van Thailand omvat. De meeste bargirls komen hier vandaan. Men leeft er voornamelijk van de landbouw, terwijl de grond daar juist minder geschikt voor is. Met armoede tot gevolg en dan lonken steden als Bangkok en Pattaya. Oorspronkelijk zijn het eigenlijk geen Thai. Er is meer verwantschap met de Laotianen. Ze zijn (nog) wat kleiner dan de Thai, spreken – naast Thais – ook een eigen taal en zijn veelal wat donkerder getint. Ze worden nog altijd niet helemaal voor vol aangezien, maar ze mogen meedoen.

De geboorte van Ning was geen onverdeeld vreugdevolle gebeurtenis. Niet dat het zo’n zware bevalling was, maar ze zag er een beetje vreemd uit. Er zat geen enkel haartje op haar bolletje. En dat zou zo blijven. Pas op haar dertiende was er geld, 500 Baht destijds, voor een pruik. Sindsdien gaat Ning dan ook getooid door het leven. Of er hier op de scholen anti-pest-programma’s zijn weet ik niet, maar het zal niet altijd even gemakkelijk zijn geweest. Ning heeft ermee leren leven. Ze zit er niet meer mee en is happy met haar pruik. Als die er tenminste netjes uit ziet. En daar schortte het een beetje aan. Hij was alweer een jaar of drie oud en vertoonde wat gebruikssporen. Vandaar dat er een nieuwe in de maak was die ze afgelopen week kon gaan ophalen. Zelfde model als de vorige, maar nu liep ze er weer onberispelijk bij. Kosten alles bij elkaar een slordige 17.000 Baht, €420,-. En op waren haar spaarcentjes weer.
Eergisteren had ze een vrije dag genomen. Ze was naar Bangkok geweest om te kijken voor kleding, waar ze wat in rommelt. De bedoeling is om in Bangkok een winkeltje te openen. Dat kan natuurlijk pas ná het hoogseizoen, zeg maar in april, want nu zijn er geen centjes. De 1500 Bath die ze de laatste keer van mij gekregen had waren voor het grootste deel gebruikt om water en electriciteit te betalen, 800 Baht; een deel, 500, was naar family gegaan en 200 Baht had ze zelf gehouden.
Ze heeft het wel eens beter gehad, toen ze nog gelukkig getrouwd was met haar man. Hij had een aardige baan, ze hadden een leuk huisje en zelfs een auto. Aan dit geluk kwam een paar jaar geleden een einde toen manlief ziek werd en na een ziekbed van enkele maanden overleed. Er waren geen inkomsten meer. Ning bleef alleen achter met ziekenhuisrekeningen ten bedrage van 180.000 Baht, waar ze nu nog elke maand 3000 Baht op afbetaalt. En ook wel eens een maandje niet. De kledingzaak in Bangkok zal voorlopig wel een droom blijven en met haar 46 jaar wordt het werk er in Pattaya ook niet makkelijker op. Haar humeur en enthousiasme hebben hier evenwel niet merkbaar onder te lijden en aangezien haar massage deze reis nog door niemand is geëvenaard ging ik gisteren rond een uur of vijf naar Soi 7 om haar andermaal te barfinen.

Van een afstand zag ik het al: ballonnen. De Happiness bar 1 en 2 waren rijkelijk versierd met ballonnen, er was een podiumpje in elkaar geknutseld voor live-muziek en er stonden twee grote tafels opgesteld. Dat betekende dat er iemand jarig was. Niet één van de meisjes, niet de Mamasan, maar het grote opperhoofd, de eigenaresse van de bars. Groot feest dus. Om acht uur zou het beginnen, begreep ik van Ning.
Zo laat was het nog lang niet. De meisjes waren vast begonnen om zichzelf en elkaar voor deze gelegenheid extra mooi te maken. Het leek meer op een beautysalon dan op een beer bar. Ning verontschuldigde zich, ze moest naar haar nabijgelegen kamer om zich om te kleden, te douchen en ook feestelijk voor de dag te komen. Dat zou een half uur gaan duren, ik moest blijven zitten en mocht beslist niet weggaan. Dat beloofde ik. Na een half uur kwam één van de andere meisjes naar me toe met een mobieltje in haar hand. Telefoon. Voor Poepie. Voor mij dus. Het was Ning. Nog een kwartiertje, twintig minuten. Niet weggaan please. Nee hoor.
Ondertussen bedacht ik dat het voor Ning misschien wel erg belangrijk was om dit feest mee te maken en dat het niet leuk was als ik haar nu zou barfinen. Het idee om hier de hele avond te blijven zitten stond me echter ook niet zo aan.
Het was bijna zes uur toen Ning in een feestelijk jurkje, op nieuwe schoenen en met lange krullen in haar maagdelijke pruik, opnieuw haar opwachting maakte.
– ‘Jij moet vanavond lekker feest vieren, ik ga je nu niet barfinen hoor’, zei ik tegen haar, nadat ik mijn bewondering voor haar verschijning had laten blijken.
– ‘We kunnen ook nu gaan, en later terugkomen’, zei ze, om me niet helemaal teleur te stellen.
Dat was ook maar een halve oplossing, die ik niet zag zitten.
– ‘Ik heb een beter idee: Ik ga zometeen wat eten, dan ga ik een paar uurtjes slapen. Daarna kom ik terug om te kijken of het een leuk feestje is, en dan zien we wel weer verder.’
Ze keek me aangenaam verrast aan, sprong een gaatje in de lucht en ik was de liefste Poepie van de hele wereld.

Bij het Lek-hotel liet ik mij het buffet-diner goed smaken. Twee borden vol, een stevige bodem. Lekker uitbuiken op bed en met BVN op de televisie dommelde ik al gauw weg.
Toen ik wakker werd was het tien uur. Tijd om te ontbijten? Nee, het was donker buiten. Dus zou het wel avond zijn. Langzaam vielen de stukjes weer op hun plek. Er zat nog een feestje aan te komen, ik moest tòch uit de veren. De langste korte broek uitgezocht, een beetje decent T-shirt. Of zou ik een overhemd met lange mouwen aantrekken? Dat vond ik toch wat overdreven, ik liet het bij een niet al te lubberend T-shirt in een donkere kleur, zonder schreeuwerige opdruk. En nog even extra scheren en de haartjes netjes kammen. Enig respect voor een oudere jarige leek me niet ongepast.

Om half elf was het feest, zoals ik al vermoedde, in volle gang. Er was flink uitgepakt. Een echte zanger, een professionele fotograaf, een tafel helemaal gevuld met grote schalen lekkernijen – genoeg voor een half weeshuis – en emmers vol met mixdrank voor de meisjes. Die dansten er vrolijk op los. Alleen, met klanten of met elkaar, dat maakte allemaal niet uit. Als ze bevangen dreigden te raken door de hitte gingen ze voor één van de grote ventilatoren staan om uit te waaien. Een tweede tafel was voor de helft gevuld met cadeaus en twee verjaardagstaarten. Zo te zien één ‘officiële’ en één minder officiële, maar vast en zeker goed bedoelde. Aan de andere helft waren zitplaatsen gecreëerd voor de jarige en de rest van de familie, die van jong tot oud aanwezig was.
Een enkel meisje liet zich ondanks dit alles toch barfinen, maar veruit de meesten leken voornemens het feest tot het einde mee te gaan maken.
Ning moest natuurlijk uitgebreid op de foto. Alleen, samen met mij, met haar collega’s, met de Mamasans en met het Grote Opperhoofd. Ik vond het prima, klikte er lustig op los, at wat van de lekkere hapjes en doneerde twee biljetten van 100 Baht om de gebruikelijke slinger van bankbiljetten – die om de hals van het feestvarken hing – nog langer te maken. Ning gaf ik een handjevol biljetten van 20 Baht, die voor hetzelfde doel werden aangewend. De tijd vloog, het was een ongedwongen, plezierige wanorde.
De hoge hakken van de nieuwe schoenen van Ning haalden het einde van de avond niet. Er werd overgestapt op een reservepaar. Een paar meisjes zaten of lagen erbij alsof ze zèlf het einde van de avond niet zouden halen. Er zat in de mixdrank kennelijk meer alcohol dan in de ladydrinks. Tegen middernacht veranderde het licht chaotische tafereel als vanzelf in een wat meer gestructureerd beeld. De meisjes stelden zich netjes op in bloemkoolformatie om zo alvast het zangkoor te vormen. De verlichting doofde, de kaarsjes op de officiële taart – waarschijnlijk van de familie – werden ontstoken. De letters die de woorden ‘happy birthday’ vormden en rechtop in een halve cirkel op de taart stonden, bleken tevens de kaarsjes te zijn. Ergens jammer, want ze zagen er erg lekker uit. Ook de kaarsjes op de goedbedoelde taart – van het personeel vermoed ik – moesten er aan geloven. Een feeëriek schijnsel was het resultaat. De jarige had met haar familie plaatsgenomen achter de taarten. Iedereen klapte en zong mee met de inmiddels ingezette, deels Thaise, versie van het ook hier bekende ‘Happy Birthday’. Aan het eind van het liedje was het klokslag twaalf uur geworden. De jarige blies de kaarsjes in twee keer uit en nam allereerst de felicitaties van de familieleden in ontvangst. De meisjes stoven uiteen om de honderden ballonnen te lijf te gaan. Zo was het pas een heus knalfeest! De taarten werden aangesneden. Nu waren de meisjes aan de beurt om te feliciteren. Ning sleepte me mee, ik hoorde er ook bij. Hierna was ook het formele gedeelte van de avond ten einde en hernam alles langzamerhand zijn gewone loop. Ik ging weer aan de bar zitten, bijkomen van de geringe inspanningen. Ik bekeek de foto’s en filmpjes die ik gemaakt had en was redelijk tevreden. De meisjes die over mijn schouder meekeken – aan de reacties te horen – ook. Ik werd op mijn schouder getikt en keek op. Het was de eigenaresse zèlf die mij een stuk van de officiële feesttaart aanbood! Dat kon ik uiteraard niet weigeren. Zó groot was die taart nou ook weer niet, nauwelijks genoeg voor alle familie, dus ik voelde mij zeer vereerd. Hoewel ik daar in het algemeen niet zo snel toe over ga – bang om hem verkeerd te gebruiken – durfde ik mij nu wel een wai met de handen hoog voor mijn gezicht te permitteren. Het ging goed.
De halve letter die op de taart lag heb ik, hoe verleidelijk ook, maar niet opgegeten.
Ning kwam naast me zitten. Het feest was afgelopen. Ze had het naar haar zin gehad.
– ‘Now time to take care of you’, zei ze lachend.
We vertrokken samen achterop een motobike naar de Wonderful 2 bar om onder het genot van de muziek wat na te praten. Om half twee gingen we naar mijn kamer.
– ‘You take shower first?’, vroeg ik.
Dat was goed.
Ze moest bekaf zijn. Vanaf acht uur vanochtend tot zes uur vanmiddag haar reguliere werktijd, en dan nog de hele feestavond er achter aan.
Toen ik ook gedoucht had, lag ze op bed. Ik ging naast haar liggen.
– ‘Are you tired?’, vroeg ik.
Ja, dat was ze.
– ‘Little bit.’
– ‘You want massage?’, vroeg ik.
Dat wilde ze wel.
Ik deed goed mijn best en van top tot teen was ik toch wel een half uur zoet.
Ze haalde diep adem en kwam overeind.
– ‘Now you want massage?’
– ‘No, it’s ok. You better go sleep now’, zei ik.
– ‘No boom-boom?’
– ‘We can do tomorrow. Now latiswat nolafandee (goedenacht).’
– ‘Ok, latiswat nolafandee.’
Ik kreeg een dikke kus. Ze schurkte zich tegen me aan, trok mijn armen om haar middel heen en viel geluidloos in slaap.
image

Goodbye Cat, goodbye Ning.

Voor vandaag, maandag 22 september 2014, stond het afscheid van Kat en Ning gepland. Kat zou een berichtje sturen zodra ze wakker was en tegen Ning had ik vanochtend gezegd dat ik in de loop van de dag nog even langs zou komen om gedag te zeggen. Dit soort nare momenten stel ik liever niet tot de laatste dag uit, er kan altijd wat tussenkomen en de laatste dag heb ik ook liever geen afspraken meer.
Om elf uur zat ik met Kat in de W2 bar. Ze werkt nog steeds hij Murphy’s Law. Af en toe wat strubbelingen met haar chef die alles beter weet. Met de klanten gaat het beter, gemiddeld zo’n vier- à vijfhonderd Baht fooi per dag. Voorlopig hoopt ze dit baantje te kunnen houden. Haar zus zorgt nu voor de kleine. Een collega is vorige week ontslagen nadat was gebleken dat zij, letterlijk, de hand had in de onverklaarbare kasverschillen. Kat is dus in ieder geval niet overtallig. Enigszins tegen mijn verwachting in werd er in het geheel geen problematische situatie voorgelegd die om een acute financiële injectie vroeg. Op eigen initiatief heb ik zelf een kleine bijdrage aan de algemene middelen geleverd.
Ze heeft regelmatig contact met Ning. Die kunnen het goed met elkaar vinden. Toen Ning eergisteren naar Bangkok was heeft ze meteen gekeken voor kleding die Kat goed kan slijten in Ubon Ratchathani, werkkleding voor op het land, met lange mouwen. Laat ze maar rommelen.
Kat stelde voor om nog wat te gaan drinken bij Ning’s bar. Dat paste mooi in mijn programma dus we pakten de Song Thaew.
Ning zat onderzettertjes voor de drankjes te haken en zag ons pas toen ze over haar bril heen keek. Ze vond het leuk dat Kat was meegekomen, konden ze weer even bijpraten. Verder was het nog zo goed als uitgestorven. Ik werd aardig in de watten gelegd. Als cadeautje kreeg ik van Ning twee zelfgehaakte onderzettertjes. Vervolgens was het de hoogste tijd om mijn vingernagels op de juiste lengte te brengen en werd de nicotineaanslag voorzichtig met een vijltje verwijderd. Kat kreeg de beschikking over bevroren natte doekjes om mijn gezicht en nek eens lekker op te frissen. Want het was weer bloody hot. Een ontspannende rugmassage hoorde er vanzelfsprekend bij. Ondertussen had ik een straatwerker aan het oppoetsen van mijn schoenen gezet. Je moet ook overal aan denken. Een ander barmeisje was sigaretten voor me aan het halen. Mijn telefoon was bijna leeg, hij mocht aan het powerpack van Mamasan. Dit idyllisch samenzijn kon natuurlijk niet eeuwig duren. Het doel van deze bijeenkomst was immers het nemen van afscheid. Vooruit met de geit dan maar. Innige omhelzingen, lieve woorden. ‘Remember, I always come back’, daar besloot ik maar mee en ik liep weg richting Beach Road. Het zou me op dat moment geen moeite kosten om te gaan huilen. Maar ik was een grote jongen en stapte zonder om te kijken voort. Goed op je ademhaling letten, ik probeerde in het Thais tot tien te tellen, dan was er niks aan de hand. Op Beach Road hield ik een Song Thaew aan. Er was genoeg ruimte op de bankjes om te gaan zitten, maar ik ging achterop de treeplank staan, dan had ik wat te doen, zorgen dat ik er niet afflikkerde. Zonder oog voor de massage-dames liep ik door Soi 13, zo snel mogelijk naar het hotel. De deur werd voor me open gedaan en er werd beleefd gevraagd: ‘How are you, sir?’. Ik hoorde mezelf liegen: ‘Fine, thank you.’ Eindelijk was ik op mijn kamer.
Okee, ik weet het, iedereen heeft gelijk, het zijn allemaal gewoon maar hoeren die alleen voor geld met je meegaan. En toch ligt er nu een klein hoopje tissues voor me.
Ik kan er niks aan doen.
imageimage

NS International. September 2014.

We schrijven zondag 21 september 2014, de zon staat bijna op het hoogste punt van de dag. De airco staat op 27 graden. Als ik een stap buiten de deur zet valt de warmte toch als een verstikkend hete deken om me heen. Rustig blijven ademen. En niet zeuren, ik wilde hier zèlf weer zonodig naar toe.
Met nog slechts één volledig etmaal in het verschiet wordt het zo langzamerhand tijd om de nodige voorbereidingen voor de thuisreis te gaan treffen. Echt dringende prioriteiten zijn er niet, zo weet ik uit ervaring. Eén keer heb ik me bijna vergist. Normaal gesproken boek ik een terugvlucht die laat op de avond vertrekt. Die keer was de vertrektijd juist heel vroeg in de ochtend, om 00.10 uur, laten we zeggen op vrijdag. Dus ik had in mijn hoofd: vrijdag vertrekken. Op donderdagavond om een uur of acht zat ik doodgemoedereerd in de W2 bar wat plannen voor die avond te maken. Voor de zekerheid checkte ik nog even de vertrektijd van mijn vlucht de volgende dag. Ik had het goed onthouden. Vrijdagnacht, 00.10 uur. Het duurde toch nog even voordat het tot me doordrong dat dat binnen vier uur was! Mijn plannen voor die avond konden voorlopig wel de koelkast in. Ik ging mijn boeltje maar snel bij elkaar pakken! Ik heb het vliegtuig nog wel gehaald.
Wat kon er nu alvast geregeld worden? Eerst maar weer de vertrektijd controleren, inmiddels een vaste gewoonte, dinsdag 23 september 23.45. Geen verrassingen dus dit keer. Aankomst op Frankfurt woensdag de 24e om 06.00. Even narekenen: 24.00 de lucht in, 11 uur vliegen, dat is 11.00 aankomst, 5 uur tijdsverschil eraf, is 06.00 ’s ochtends. Kon niet missen. E-ticket: zit opgevouwen in paspoort. Paspoort: ligt in kluisje op de kamer, vanochtend nog gezien. Herbevestigen vlucht: niet nodig bij TAI.
Transfer Pattaya-BKK: even regelen bij de taximan hier in de straat. 1200 Baht voor private car, incl. tolwegen, gelijk maar afgerekend. Transfer Frankfurt-Leiden, daar had ik me vanaf eergisteren al mee onledig gehouden, omdat de prijzen in de laatste dagen voor vertrek aanzienlijk omhoog gaan. Naar de internetshop om de hoek, in verband met de printer die daar gebruikt kan worden. Nsinternational moet je dan hebben. Voordat ik iets nuttigs in kon typen moest ik eerst tot drie keer toe van een pop-up zien af te komen die me vroeg of ik aan een onderzoek mee wilde doen. Gelukkig voor de NS: nu even niet. En tien seconden later weer niet en een minuut later nog steeds niet. Dombo’s. Het zoeken van een geschikte trein ging voorspoedig, 09.43 vertrek uit Frankfurt. Dan heb ik alle tijd. Plaatsje reserveren gaat goed, korting van stukje op het Nederlandse traject gaat goed, het zal toch niet zo zijn dat ik hier in één keer probleemloos doorheen fiets?
Het heeft er alle schijn van, de optie ticket ‘direct printen’ aanvinken in plaats van ‘afhalen op station’ gaat goed, de Ideal-betaling is geslaagd. Nu moet ik even wachten, en dan kom ik vast op de pagina met het ticket en dan kan ik op het symbooltje met de printer klikken en klaar is Kees. De nieuwe pagina verschijnt op het scherm, ik word namens NS International hartelijk bedankt voor mijn boeking en tot de volgende keer. Huh? Waar is nu mijn ticket en hoe moet ik dat nu printen? Ik kijk alles nog eens goed door, maar nee hoor, nergens meer een linkje of optie. Ook volgens het boven in beeld getoonde stappenplan heb ik nu de laatste stap gehad, de bevestiging. Leuk is dat! Verslagen zit ik achter het scherm. Maar eens terug naar het hoofdscherm en naar een contactlink zoeken. Die is er wel, maar verwijst voor zover ik kan nagaan alleen naar FAQ’s die gaan over het meenemen van honden en dergelijke. Mijn telefoon piept, een email. Van NS International! Of ik even wil bevestigen dat ik mij heb ingeschreven voor de nieuwsbrief. Oeps! Zeker vergeten te opt-outen… Maar verder niets. Geen spoor van een ticket. Er schoot me even niets te binnen om dit verder op te lossen, ik ging wat leuks doen.
Een paar uur later weer een mailtje van NS International. Dat zou het ticket dan wel zijn. Maar nee hoor: mijn ticket wordt na goedkeuring van de betaling naar mijn emailadres gestuurd. Nou, dat is in ieder geval hoopvol, maar wat valt er nog goed te keuren aan een betaling waarvan ze zelf zeggen dat hij geslaagd is? Het zal wel hoor, afwachten maar. Gisterenmiddag nog steeds geen ticket. Ook in het spambakje geen mail van NS International. Toch eens wat diepgravender naar een contactmogelijkheid zoeken. Ik kan bellen met een telefoonnummer in Utrecht of een brief sturen naar een Postbusnummer. Bellen gaat me met m’n Vodafone abo waarschijnlijk net zoveel als het ticket kosten, een brief sturen, ach, laat maar. Wat ik moet doen als ik geen ticket heb ontvangen of kunnen printen kan ik niet vinden, maar ik heb wel geboekt, dus ik probeer de optie ‘mijn boekingen’. Dat begint ergens op te lijken. Ik moet nu wel mijn boekingscode invoeren. Heb ik die? Die staat vast wel in de bevestigingsmail die ik al had ontvangen. Niet dus, daar staat alleen de route op. Zo loop ik weer vast.
Gelukkig ben ik behept met een gezond en blijkbaar terecht wantrouwen met betrekking tot alles wat ook maar in de verste verte iets met de NS te maken heeft en had ik tijdens de sessie in de internetshop een foto gemaakt van elke pagina die tijdens het boekingsproces op het scherm verscheen. Dat kwam nu van pas. Ik zocht en vond mijn boekingscode. Die vulde ik in en de reisgegevens verschenen op mijn tablet. Met daaronder drie vervaarlijk uitgedoste gele driehoeken met een blauw uitroepteken erin:
Ander vertrekspoor!
Andere overstaptijd!
Andere route!
Daarop klikken kon niet en ook anderszins werd niet duidelijk wat er dan wel gewijzigd was.
En daaronder, jawel, daar kon ik mijn emailadres invoeren om vervolgens mijn ticket te printen. Ik kreeg weer geen email, maar Acrobat-reader opende zich en daar was ie hoor!
Gauw maar een screenshot gemaakt voor de zekerheid want je weet tenslotte maar nooit. Er volgde nog een waarschuwing dat reizen zonder geprint ticket geschiedt op eigen risico, maar ik ben niet van plan nog meer tijd in dit geneuzel te steken, ze kunnen verder de boom in en als ze het noodzakelijk vinden maken ze maar proces-verbaal op wegens het reizen zonder geldig vervoersbewijs. Die juridische confrontatie durf ik onder de gegeven omstandigheden wel aan.
Een verzoek om mee te doen aan een klanttevredenheidsonderzoek heb ik niet meer gezien

Een wit prinsesje en een tropische stortbui. Pattaya, september 2014.

De dramatische wending die de loop der gebeurtenissen in het verhaaltje over de liftetiquette nam was natuurlijk verzonnen. In werkelijkheid kwam ik ongeschonden het hotel uit. Het was bijna tien uur, mooie tijd om iets te scoren in het beer bar complex Drinking Street. Kom je veel vroeger, dan hebben de meeste dames geen zin in LT omdat ze gokken op misschien 2 ST’s, wat meer oplevert. Is het veel later, dan zijn de interessante gevallen veelal al gebarfined. Drinking Street is vanaf soi 13 een kilometer of drie rijden, in Noord Pattaya, voorbij Big C en vòòr de rotonde, aan Second Road. Er zijn daar geen verbindings-sois meer tussen Beach Road en Second Road, soi 1 is een flink stukje zuidelijker en aan de noordkant is North Pattaya Road de eerste mogelijkheid om naar het strand te komen en een Bahtbus terug in zuidelijke richting te nemen. Vandaar dat ik terug meestal een motorbiketaxi neem, dat kost 60 tot 80 Baht. Als je een niet al te zeer uit de kluiten gewassen meisje meeneemt, kun je met z’n tweeën achterop.
Bij het eerste barretje waar ik plaats nam was mijn aandacht getrokken door een paaldansende dame met voor Thaise begrippen toch wel érg lange benen. Mooi koppie ook, maar het ging allemaal nogal routinematig, er kon nauwelijks een lachje af en hoewel haar huid onberispelijk gaaf was wekte ze toch de indruk gepokt en gemazeld te zijn. Dat ging het niet worden. Mijn blik viel op een ander prachtig meisje, opmerkelijk genoeg geen kort rokje en blote buik, maar geheel in het wit gestoken. Dit klikte beter, we speelden al snel een potje dobbel en natuurlijk verloor ik een Lady Drink. Ik vroeg of zij niet op het podium moest dansen, maar dat was niet het geval, daar was ze niet zo goed in. Ik probeerde nog of ze voor mij geen uitzondering wilde maken, maar nee hoor. Even later dacht ze er zo te zien toch weer over na, en weldra had ze een oplossing gevonden: One hundred Baht! Vooruit dan maar, haar Lady Drink zat nog half vol. Wat onwennig deed ze haar pasjes, wat enige hilariteit bij de collega’s teweeg bracht.
Inmiddels deed Pattaya zijn naam (zuidwestelijke moessonwind) weer eens eer aan. Het was begonnen met regenen en niet zo zuinig ook. Plastic schermen werden neergelaten om de nattigheid enigszins buiten te houden, de TV-screens gingen vanwege het hevige onweer op zwart en daar waar het begon te lekken werd zonodig een pooltafel verplaatst.
Dit doorkruiste toch enigszins mijn plannen, want met goed fatsoen kun je zo’n meisje met dit weer natuurlijk niet op een motobike zetten. Nog afgezien van het feit dat ik daar zelf ook niet echt om zat te springen. Meestal duurt zo’n bui wel een uurtje, dat zou een klein vermogen aan Lady Drinks kunnen gaan kosten. Het barfinen stelde ik maar even uit, eerst nog wat rondkijken.
Bij een volgend barretje aan de praat geraakt met twee totaal van elkaar verschillende types, waaruit het toch onmogelijk was een keuze te maken. Ze voelden wel wat voor een threesome (‘me massage and she boom-boom’) maar dat zag ik niet zo zitten en bovendien kwam het nog steeds met bakken uit de hemel vallen.
Min of meer noodgedwongen moest ik mijn plannen wijzigen en ik ging prioriteit geven aan het vinden van een mogelijkheid om – onverrichter zake – terug richting soi 13 te komen. Voor het geval het opeens op zou houden met regenen en er toch nog wat te verhapstukken viel, dronk ik nog wat bij het eerste barretje. Dat was ijdele hoop, het bleef plenzen en mijn witte prinses had zich inmiddels naar de verkeerde kant van de bar verplaatst (d.w.z. ze was al gebarfined en was op de schoot van haar customer gaan zitten). Het zat allemaal niet mee.
De regen minderde iets. Aan de overkant van de straat stonden een paar Song Thaews te wachten. In dat geval kun je er niet zomaar inspringen en op je bestemming 10 Baht afrekenen, maar charter je het hele busje als het ware, en rijdt hij precies de door jou gewenste route zonder onderweg nog andere passagiers op te pikken. De prijs, daar moet je dan over onderhandelen. En wel van te vóren, anders ben je de klos. Ik liep zo achteloos mogelijk langs de busjes en informeerde semi-onwetend of er toevallig ook ééntje richting soi 13 ging. O ja hoor, dat gingen ze allemaal. Ik bood 100 Bath en dat was duidelijk te weinig. Eén van hen maakte een gebaar van: ‘Ga maar lopen.’
Ach, een klein stukje, dat kon geen kwaad, ik was toch al niet helemaal droog meer. 100 meter verder kwam ik in een andere beerbar terecht. 150 Baht voor een Lady Drink en een dame die zonder blikken of blozen 3000 Baht vroeg voor LT. Snel wegwezen hier.
Ik liep wat verder en ging even schuilen bij een motobiketaxidriver die onder een grote parasol zat, die nu uiteraard dienst deed als paraplu. Hij had niet veel te doen en wilde mij wel naar soi 13 brengen, voor 80 Baht. Via de rotonde is het nog méér dan drie kilometer en ik zou als een verzopen kat aankomen. Voor mijn telefoon en portemonnee had ik al een plastic zakje geregeld, dus in principe kòn het wel. De motobiketaxidriver zag mij twijfelen en trok zo’n flinterdun regenpak tevoorschijn, dat bovenin de parasol hing. Ja, nu moest het wel lukken en we vertrokken. Bij de rotonde linksaf North Pattaya Road op en die gaat in een volgende linkerbocht vanzelf over in Beach Road. We slingerden van links naar rechts en omgekeerd over de weg, om al te diepe plassen te vermijden. Even verderop moest de snelheid drastisch worden teruggebracht, hier was duidelijk sprake van een ‘flood’. Tot aan de assen reden we in het water, mijn voeten pakten af en toe een sloot water mee. Het was niet meer zichtbaar hoe de weg waar we reden eruit zag en het ging dan ook erg behoedzaam. Ik zag wat mensen op een verhoogd stuk trottoir staan en maande de chauffeur tot stoppen. Dit werd te gek en levensgevaarlijk bovendien. Hoewel we pas halverwege waren gaf ik de driver 80 Baht. Het regenpak mocht ik houden. Er kwam een Bahtbusje aanrijden dat zowaar bij het trottoir stopte. Maar deze bleek bestemd om een dame naar het ziekenhuis te vervoeren. Ze had bij haar vriend achterop de motor gezeten en was eraf gestuiterd toen hij in een rioolput reed waar het deksel van verdwenen was. En ze was nogal ongelukkig op haar voet terecht gekomen. Iemand anders was bezig een grote afgewaaide boomtak als baken in de rioolput te plaatsen.
Na enige tijd kwam er een taximeter langs. Dat zijn ‘gewone’ taxi’s die normaal gesproken niet voor lokale ritten worden gebruikt, maar onder deze omstandigheden proberen ook een graantje mee te pikken. Ik hield hem aan en voor 200 Baht wilde hij me verder brengen. Deal. De motor van de Toyota sputterde bij tijd en wijle hevig, de auto raakte doordrongen van de geur van onverbrande benzine, zo nu en dan reden we onverwacht door een flinke kuil, maar we kwamen vooruit en bij soi 10 was het wegdek plotseling weer zichtbaar. Vreemd genoeg was soi 13 helemaal niet overstroomd, terwijl het hier normaal gesproken bij het minste of geringste buitje al blank staat.
Hoe dit ook zij, ik was blij dat ik weer veilig in de W2 bar kon gaan zitten. Tot mijn verbazing, het was al bijna half twee, was het mooiste meisje van de W2 bar nog aanwezig. De eerste paar dagen was ze steeds met dezelfde Engelsman, vervelende vent natuurlijk in mijn ogen, en ook daarna had ik niet of nauwelijks de kans gekregen eens wat nader kennis te maken. Ik gooide er daarom meteen nog maar een Lady Drinkje tegenaan en wilde eigenlijk snel tot zaken komen. Iets met ijzer en hitte. Dus ik viel vrijwel meteen met de deur in huis en – de verrassingen waren deze avond niet van de lucht – ze zei ijskoud ‘nee’. Ik verslikte me bijna en informeerde voorzichtig wat daar dan wel de reden van was. Ze had vanochtend vroeg andere verplichtingen en wilde daarom gaan slapen. Nothing personal. Gelukkig. Zodoende heb ik haar gisterenavond laat maar vroeggeboekt voor vanavond en werd het vannacht één van de overblijvertjes van de W2 bar. Geen stunner maar wel lief en so happy want ze had haar quotum nog niet gehaald.imageimageimageScreenshot_2014-09-15-14-35-02Screenshot_2014-09-15-14-33-11

Een lesje liftetiquette.

imageimage
Vanaf het terras van het restaurant heb je uitzicht op een Tattoo- en Piercingshop, een multinationaal restaurant, een Damen und Herren Friseur, een reflexologisch massageinstituut, een steakhouse, een pub, een Indiase kleermaker, een massage en spagelegenheid, een dames en heren kledingwinkel, een Coyotebar, een Thais grillhouse, een Italiaanse pizzeria, een hotel-restaurant, een supermarktje, een Indiase bistro tandoor, en een beerbar-complex.
Nu weet u nog niks, dat kan werkelijk overal in Pattaya zijn. Maar het heet My Way en dat is het Nederlandse restaurant in de passage parallel aan Soi Diana.
Gebakken tong besteld zoals ik mij gisteren al had voorgenomen. Je krijgt er twee. Met gebakken aardappeltjes met uitjes en spekjes, een flinke bak sla en – zonder erom te hoeven vragen – mayonaise.
De vissen waren hardstikke dood, maar dat was geen probleem. De aardappeltjes waren wat donkerbruin, maar niet te hard.
De salade was gedressed, alweer zonder erg.
Het enige puntje waar ik over zou kunnen gaan mekkeren is dat er geen visbestek bijgeleverd werd, maar daar heb ik helemaal geen zin in. Heerlijk gegeten. De schade bedroeg 7.20 euro. Da’s weer vrolijk vertrekken.

Ik lag wat uit te buiken van de dooie vissen en dommelde af en toe een beetje weg bij het ‘nieuws’ op BVN dat altijd minstens een dag oud is. Alsof ze de videobanden haasje-repje naar Schiphol hebben gebracht om ze te laten invliegen alvorens het mogelijk zou zijn de stem van de Nederlandse staatsomroep de ether in te slingeren. Van de meer ontwikkelde landen is het nieuws gelukkig te volgen ‘as it happens’.
Het nieuwsbulletin werd afgesloten door de weerman, die de verwachting voor het weer van gisteren op de Bovenwindse eilanden uitsprak. Reuze boeiend. Daarna werd een band ingestart van een programma dat aan Koffietijd deed denken. Alleen de uitgestreken kop van Hans van Willigenburg ontbrak. Gelukkig.
Eén van de items ging over een Groot Maatschappelijk, hevig onderschat, Probleem, dat nu eindelijk eens uitvoerig was onderzocht: de liftetiquette.
Honderdduizenden Nederlanders gaan dagelijks gebukt onder de zware psychische belasting van het min of meer gedwongen samenzijn met anderen in een lift. Dat komt doordat het onnatuurlijk is om in zo’n kleine ruimte te verkeren, zo hadden de deskundigen vastgesteld, en doordat de mensen niet goed weten hoe ze zich in zo’n situatie moeten gedragen. Zo zijn er mensen die zwijgend de lift binnengaan. Helemaal fout! Een groet maakt het al een stuk minder traumatisch. En je zou, als je deze fase eenmaal onder de knie had, nog verder kunnen gaan en ook nog iets anders kunnen zeggen. Voorbeelden hiervan werden jammer genoeg niet gegeven, maar het was in ieder geval duidelijk dat er legio mogelijkheden waren om het verblijf te veraangenamen. Een aparte categorie waren liften in kantoorgebouwen, waar de relatie met de klant op het spel kon staan. Het zou al helpen om iets in de lift op te hangen waarover een gesprek kon worden aangeknoopt. Het ging te ver om dit tot in detail uit te diepen, er werd hiervoor verwezen naar speciaal ontwikkelde bedrijfsliftetiquettetrainingen op locatie. Einde onderwerp.
Ik hield het programma verder maar voor gezien en maakte aanstalten om me in het nachtleven te gaan storten. Ik sloot de deur van mijn kamer en liep naar de lift. Die was al vanaf de zevende verdieping onderweg naar beneden, ik hoefde slechts op het knopje te drukken en vrijwel onmiddellijk schoven de deuren open. Ik schoot meteen zwaar in de stress, want er stond al iemand in de lift. Zou ik net doen alsof ik me vergist had en op de volgende lift wachten? Of zou ik de stap wagen en mijn zojuist vergaarde kennis in de praktijk brengen? Ach, wie niet waagt wie niet wint, ik stapte de lift in. Toen de deuren zich gesloten hadden en het zweet me bijna aan alle kanten uitbrak, wist ik het weer: een groet. Ik haalde een paar keer diep adem en toen kwam het eruit:
‘Sawadee krab.’
Dat luchtte enorm op en ik durfde het meisje nu ook aan te kijken. Het was een mooi meisje, lang zwart haar tot over haar schouders, een kort rokje, kleine borstjes, hoge hakjes, een elegante verschijning.
‘Sawadee ka’, zei ze, met een lieve glimlach.
Verdomd, het werkte! De hele eerste fase was in één keer goed gegaan en ik voelde me beter dan ik me ooit in een lift gevoeld had! Nu moest ik natuurlijk niet stoppen, maar gelijk doorgaan met de volgende fase, ik moest nog wat zeggen. Lang hoefde ik niet na te denken, mijn zelfverzekerdheid had ongekende proporties aangenomen, dus ik zei gewoon wat er als eerste in me op kwam.
‘En schoonheid, nog geneukt vandaag?’
Wat er toen gebeurde weet ik niet precies meer, maar nu lig ik weer in bed, met een paar pijnlijk blauwe ballen.
Misschien toch eerst de cursus maar volgen.

The Sportsman Pub. Pattaya, september 2014.

Het is 09.00 uur, 19 september, 29 graden, de zon schijnt uitbundig, het belooft een bloedhete dag te worden. Die belofte komt meestal wel uit.
Het is loom, de ochtend kruipt. Alles is traag, neemt de tijd.

Een vogel op een electriciteitspaal overweegt naar de volgende paal te vliegen. Hij maakt aanstalten om te vertrekken, maar doet het dan toch weer niet. Waarom zou hij ook?
De bargirls druppelen de hotels uit, vergezeld door hun customer om te gaan ontbijten of misschien zelfs om te gaan shoppen. Of alleen om op de motobiketaxe naar hun eigen loom te gaan.
In de Wonderful 2 bar is het rustig. Er zijn zes dames van het bedienend personeel aanwezig. Drie zijn er aan het eten, de andere drie zitten nog aan hun haar te frutselen en smeren voor de zoveelste keer een blekende creme op hun gezicht.
Twee bargirls zitten met hun customer aan de koffie. Dat zal niet lang meer duren.
Bij de Sportsman pub komt een jongen van een jaar of twintig naar buiten. Het zou de Thaise Justin Bieber kunnen zijn. Hij gaat aan een tafeltje zitten, maar bestelt niets. Weer gaat de deur open, nu verschijnt er een oudere man. Ze horen kennelijk bij elkaar. De Thaise jongen zal wel uit soi 13/3 of 13/4 komen, beter bekend als Pattayaland 1 en 2, het Walhalla om knaapjes vandaan te halen. De oudere man, een jaar of vijftig, moet in de loop der tijd het spoor volkomen bijster zijn geraakt. Hij is lang en eet zo te zien te weinig. Hij draagt gele flip-flops van het ergste type, die met een grote bloem. Een kort, te kort, turquois broekje, waaronder ergens zijn verzameling tattoos moet beginnen. Hij is ongeschoren, de plukken haar op zijn hoofd wijzen naar alle windstreken, en op zijn neus zit een bril met een paar jampotten die vroeger een indicatie waren dat iemand een chromosoompje miste. Hij had met succes in ‘The young ones’ kunnen figureren.
Ze zaten zwijgend naast elkaar. Na enige tijd kwam er een motobike aanrijden, om de Thaise jongen op te halen. De oude young one kneep hem nog even zachtjes tussen de benen, bij wijze van afscheid en bleef toen alleen achter. In de hitte van de dag.

Moussaka. Pattaya, september 2014.

Moussaka.

In Nederland ga ik eigenlijk per definitie nooit naar een Grieks restaurant. Dat ene miezerig kleine glaasje ouzo dat je gratis krijgt heeft me nooit erg kunnen bekoren en mijn ervaringen met vleesgerechten van ‘de Griek’ zijn ten hemel schreiend. Als ik zonodig een stuk kurkdroog en veel te ver doorgegaard vlees wil hebben kan ik net zo goed zelf een biefstuk een half uur in de pan laten liggen. Misschien daarom dat de opdracht om in Pattaya Griekse Moussaka te gaan eten daarom wat lang is blijven liggen. Uiteindelijk moest ik er toch aan geloven. Tijdens mijn dagelijkse verplaatsingen door de stad was me nog geen typisch Grieks restaurant opgevallen, zodat ik mijn toevlucht tot Google moest nemen. Bij Soi Buakhao bleken er twee te zitten. Eén eenvoudig straatrestaurant, Acropolis, en een wat pretentieuzere zaak, Pattayanis.
Ik was van plan om naar het eerstgenoemde restaurant te gaan, misschien dat dat Griekse eten mij gewoon niet zo ligt en dan is het een beetje zonde om er veel tijd en geld in te steken.
Eerst maar even het vallen van de avond meemaken in de W2 bar onder het genot van ijs- en ijskoud water. Ik raakte, in het engels, aan de praat met een Hollander, die, ondankse dat ik hem op de vraag waar ik vandaan kwam had geantwoord ‘Noordwijk Beach’, aanvankelijk vrolijk in het engels doorging. Later trok dat wel bij. Hij was voor zijn doen flink de bloemetjes aan het buiten zetten en er hingen al snel drie dames om zijn nek. Ik geloof niet dat hij er verder veel bedoelingen mee had, maar hij had het reuze naar zijn zin. Het was aangenaam gezellig, de tijd vloog voorbij en als ik eerst nog naar de Griek wilde zou ik Ning vrijwel zeker niet meer in de bar treffen. De mamasan wil haar met alle plezier voor mij opbellen en dan komt ze vanaf haar kamer echt wel weer naar de bar, maar dat vind ik als ze er net een hele dag werken op heeft zitten niet aardig. Het was nu zeven uur en ze zou er nog wel zijn, maar ik had eigenlijk geen zin om nu heen en weer naar soi 7 te gaan. In mijn opnoteerboekje had ik haar telefoonnummer. Een Thaise Sim-kaart voor mijn telefoon kopen, daar was ik alleen nog nooit aan toegekomen. Dus bellen zou aardig in de papieren lopen. De oplossing zat nog geen meter voor me. Ik liet één van de dames de pagina met het telefoonnummer van Ning zien, en zij wilde best even voor mij bellen.
‘Zeg maar dat Poepie (zo mag Ning me nog steeds noemen) op haar wacht in de Wonderful 2 bar’.
Vijf minuutjes later stopte er een motobiketaxi waar ze vanaf hupte om zo snel mogelijk naar de zorgvuldig vrijgehouden barkruk naast mij te trippelen, onderwijl luid roepend:’Poepie! My poepie!’
De Nederlander keek mij aan alsof hij zich afvroeg of alles verder in orde was. Ik kon hem geruststellen.
Na nog wat gedronken te hebben informeerde ik of Ning heel toevallig trek had om wat te gaan eten. Jawel. Ik vertelde dat ik vandaag Grieks moest eten, ze is op de hoogte van het spelletje van die rare vrienden uit Olland. Grieks eten, daar wist ze niks van, maar er waren geen bezwaren. Bij deze stand van zaken leek het me opportuun om de plannen weer eens te wijzigen, het zou dan toch Pattayanis worden. Ik maakte een screenshotje van de luifel van het restaurant en van Google Maps, handig voor de motobiketaxidriver – wat een heerlijk woord toch – en via de wirwar van straatjes achter Pattaya Avenue waren we er zo. Ning schreef het telefoonnummer van de motorfietstaxichauffeur – klinkt toch minder – op, want ik gunde die jongens uit soi 13 ook het retourritje wel.
We vielen meteen op doordat we kennelijk met voorbedachte rade juist naar dit restaurant waren gekomen, en niet zomaar een paar toevallige passanten waren. En hoewel ons bezoek onaangekondigd was, werden we bijzonder hartelijk ontvangen. Het was hier goed toeven in een rustig zijstraatje van Soi Buakhao.
De menukaart was alleen in het engels, totaal onbegrijpelijk voor Ning. En Thais eten was er al helemaal niet. Geen nood, ik vroeg om wat hulp voor Ning bij het bepalen van haar keuze en zowel de dame van de bediening als de kok èn de eigenaar ontfermden zich over haar. Het werd een soort van gefrituurd zeebanket. Voor mij stond de keuze bij voorbaat al vast, Moussaka, al had ik geen idee wat dat was.
Het bleek een ovenschotel – ik vertel u vast niks nieuws – die, net als de english pie, deed denken aan lasagna, maar dan heel anders. Zo’n schotel hapt lekker weg en er zit gehakt in, waar je weinig aan kunt verkloten. Of zo’n Moussaka nou oorspronkelijk wel zo Grieks is, daar wordt geloof ik verschillend over gedacht, in ieder geval volgens de eigenaar, die ik de reden van mijn keuze verteld had, beslist wel en er volgde een uitgebreid verhaal over oorlog en vrede, Koning Lodewijk en wat al niet meer. Joviale vent, trots op zijn land. Nou ja, in ieder geval op de keuken dan.
Het zeebanket van Nang zag er goed uit, ik mocht ook wat stukjes proeven, en de lakmoesproef voor dit soort gevallen, de inktvisringetjes, viel verbazend goed uit.
De eigenaar adviseerde, om indruk te maken op de jury, vervolgens een ook heel erg typisch echt Grieks dessert, waarvan hij begon uit te leggen wat het was en hoe het gemaakt werd. Ik onderbrak hem.
‘Are you sure it’s really authentic traditional Greek?’
Nou en of!
Laat dan maar doorkomen. Ning is niet zo’n grote eter, we konden één dessert krijgen om samen te delen, spontaan gesuggereerd door de eigenaar, die ons bovendien een kopje originele traditionele onvervalste Griekse koffie van het huis in het vooruitzicht stelde. Dit kon niet meer stuk.
Het dessert was mierzoet – dat vind ik bij een dessert geen probleem – er zaten noten in en ik ontwaarde een honingsmaak. Baklava, zo heb ik inmiddels uitgevogeld. Zou ik zelf nooit bestellen, en zo zie je maar wat je allemaal kunt mislopen in het leven. Toppertje.
Ik had ook het beloofde kopje koffie gekregen, Ning had toch liever water, geen probleem, daar kwam weer een fles aan.
De eigenaar die inmiddels wel begrepen had dat de Griekse keuken bij mij niet op de kaart stond, legde uit dat echte Grieken het laatste beetje van de koffie niet opdrinken, zulks in verband met het feit dat de koffiezetmethode ‘self-filtering’ is. Het leek mij verstandig de gewoonte van de Grieken slaafs na te volgen.
De koffie had een zeer uitgesproken smaak, en dat verwacht je ook van zo’n kopje. Prima.
Tenslotte de rekening, zou die de pret nog kunnen bederven? Alles bij elkaar samen 670 Baht, oftewel 8.04 euro per persoon. En dan zit je te eten bij het restaurant dat op Tripadvisor als de nummer 14 op de lijst staat van de 554 in Pattaya beoordeelde restaurants. Moet kunnen dacht ik.imageimageimage