Goodbye Cat, goodbye Ning.

Voor vandaag, maandag 22 september 2014, stond het afscheid van Kat en Ning gepland. Kat zou een berichtje sturen zodra ze wakker was en tegen Ning had ik vanochtend gezegd dat ik in de loop van de dag nog even langs zou komen om gedag te zeggen. Dit soort nare momenten stel ik liever niet tot de laatste dag uit, er kan altijd wat tussenkomen en de laatste dag heb ik ook liever geen afspraken meer.
Om elf uur zat ik met Kat in de W2 bar. Ze werkt nog steeds hij Murphy’s Law. Af en toe wat strubbelingen met haar chef die alles beter weet. Met de klanten gaat het beter, gemiddeld zo’n vier- à vijfhonderd Baht fooi per dag. Voorlopig hoopt ze dit baantje te kunnen houden. Haar zus zorgt nu voor de kleine. Een collega is vorige week ontslagen nadat was gebleken dat zij, letterlijk, de hand had in de onverklaarbare kasverschillen. Kat is dus in ieder geval niet overtallig. Enigszins tegen mijn verwachting in werd er in het geheel geen problematische situatie voorgelegd die om een acute financiële injectie vroeg. Op eigen initiatief heb ik zelf een kleine bijdrage aan de algemene middelen geleverd.
Ze heeft regelmatig contact met Ning. Die kunnen het goed met elkaar vinden. Toen Ning eergisteren naar Bangkok was heeft ze meteen gekeken voor kleding die Kat goed kan slijten in Ubon Ratchathani, werkkleding voor op het land, met lange mouwen. Laat ze maar rommelen.
Kat stelde voor om nog wat te gaan drinken bij Ning’s bar. Dat paste mooi in mijn programma dus we pakten de Song Thaew.
Ning zat onderzettertjes voor de drankjes te haken en zag ons pas toen ze over haar bril heen keek. Ze vond het leuk dat Kat was meegekomen, konden ze weer even bijpraten. Verder was het nog zo goed als uitgestorven. Ik werd aardig in de watten gelegd. Als cadeautje kreeg ik van Ning twee zelfgehaakte onderzettertjes. Vervolgens was het de hoogste tijd om mijn vingernagels op de juiste lengte te brengen en werd de nicotineaanslag voorzichtig met een vijltje verwijderd. Kat kreeg de beschikking over bevroren natte doekjes om mijn gezicht en nek eens lekker op te frissen. Want het was weer bloody hot. Een ontspannende rugmassage hoorde er vanzelfsprekend bij. Ondertussen had ik een straatwerker aan het oppoetsen van mijn schoenen gezet. Je moet ook overal aan denken. Een ander barmeisje was sigaretten voor me aan het halen. Mijn telefoon was bijna leeg, hij mocht aan het powerpack van Mamasan. Dit idyllisch samenzijn kon natuurlijk niet eeuwig duren. Het doel van deze bijeenkomst was immers het nemen van afscheid. Vooruit met de geit dan maar. Innige omhelzingen, lieve woorden. ‘Remember, I always come back’, daar besloot ik maar mee en ik liep weg richting Beach Road. Het zou me op dat moment geen moeite kosten om te gaan huilen. Maar ik was een grote jongen en stapte zonder om te kijken voort. Goed op je ademhaling letten, ik probeerde in het Thais tot tien te tellen, dan was er niks aan de hand. Op Beach Road hield ik een Song Thaew aan. Er was genoeg ruimte op de bankjes om te gaan zitten, maar ik ging achterop de treeplank staan, dan had ik wat te doen, zorgen dat ik er niet afflikkerde. Zonder oog voor de massage-dames liep ik door Soi 13, zo snel mogelijk naar het hotel. De deur werd voor me open gedaan en er werd beleefd gevraagd: ‘How are you, sir?’. Ik hoorde mezelf liegen: ‘Fine, thank you.’ Eindelijk was ik op mijn kamer.
Okee, ik weet het, iedereen heeft gelijk, het zijn allemaal gewoon maar hoeren die alleen voor geld met je meegaan. En toch ligt er nu een klein hoopje tissues voor me.
Ik kan er niks aan doen.
imageimage

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s