Het meisje uit Naklua.

Hieronder vindt u links naar de eerdere delen van ‘Het meisje uit Naklua’, alsmede de tekst van het meest recente deel. Gewoon bij de eerste link beginnen dus, voor nieuwe lezers.

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-2/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-3/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-4-slot/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-5/

Het meisje uit Naklua. Deel 6.

Woensdag had ik mijn ticket geboekt, voor de vlucht op vrijdagavond. Op donderdag plaatste het meisje uit Naklua een paar foto’s op Facebook. ‘Laatste avond met mijn vriendinnen’, stond erbij. Het stel was na het huwelijksreisje kennelijk nog even een paar dagen naar de Isaan teruggekeerd alvorens richting Duitsland te gaan. Het moet op z’n minst een raar gevoel geven, alles en iedereen zo achter je laten.

Wanneer ze precies zouden vertrekken wist ik niet. Ik ging het ook niet vragen. Ze was nu met haar echtgenoot en ze had vast wel wat beters te doen dan mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.

Ik zou opstijgen, waar zij zou landen: Frankfurt. Een merkwaardig toeval. Misschien zou het wel een ‘fly-by’ worden ergens boven Kazachstan of zo. Dan kon ik nog even zwaaien. Ik moest er maar niet teveel aan denken.

Met de ICE boemelde ik vrijdag het land uit, tot Keulen. Daar maakte ik vanuit de trein een foto van de Rijn en van de Dom. Ik stuurde ze naar het meisje uit Naklua. ‘Groeten uit Keulen!’ Ze reageerde niet.

Het laatste stuk ging vlotter, met 300 km/h. Tegen drie uur ’s middags ging de A-380 van Thai Airways de lucht in. Het eten was voortreffelijk, de stoel naast me was leeg, en ik sliep af en toe redelijk. Zaterdagochtend om kwart over zes geland in Bangkok. Het eerste wat ik deed was een SIM-kaart en data-tegoed kopen. Mijn telefoon kwam weer tot leven. Het meisje uit Naklua had inmiddels wel gereageerd:

‘Wie schön! Vielen Dank.’  

Toch aardig.

Ik maakte een foto van de aankomsthal en stuurde die ook op: ‘Groeten uit Suvarnabhumi.’ Ze zou wel raar opkijken dat ik alweer in Thailand was. Ik nam een taxi en om negen uur zat ik aan de koffie in de vertrouwde Wonderful 2 Bar in Pattaya. Na een tijdje trilde mijn telefoon. Het meisje uit Naklua was nu wakker en inderdaad verbaasd:

‘Ben je in Thailand?!’

‘Ja, drie uur geleden geland in Bangkok!’

‘Ik ben ook in Bangkok. Als je wilt kun je vanavond meerijden naar Pattaya.’

Huh? Wat was dit voor onzin?

‘Ik begrijp het niet. Ga jij naar Pattaya? Waarom?’

‘We zijn nu in Bangkok, vanavond om 8 uur breng ik mijn man naar het vliegveld en dan rijd ik door naar Pattaya.’

‘Ga jij niet met hem mee dan?’

‘Ik heb nog geen visum, ik ga pas in september.’

‘Wat een narigheid, dat is wel heel sneu voor je…’

‘Nee hoor, het is ok.’

‘Nou ja, het is natuurlijk leuker om bij je man te zijn. En voor je man is het leuker om bij jou te zijn, toch? Maar goed, dan moet je nog maar wat geduld hebben. Jullie zijn nu getrouwd, dat is tenslotte het belangrijkste.’

‘Ja. Rij je mee vanavond?’

‘Nee, ik ben al in Pattaya.’

‘Oh, ok..’

Ik wist even niet meer wat ik moest zeggen. Ik was totaal verbijsterd. Nog geen veertien dagen getrouwd en dan is het kennelijk doodnormaal om een farang, met wie ze een paar weken daarvoor het bed nog deelde, naar Pattaya te rijden, terwijl haar man naar Duitsland vliegt. Tsja, het viel natuurlijk wel binnen de definitie van wat onder ‘goede vrienden’ gebruikelijk is, maar dit zou ik toch echt nooit verzonnen hebben.

Gelukkig was ik al in Pattaya, en had ik niet na hoeven denken of ik van het aanbod gebruik zou maken. Maar wat moest ik hier nu mee? Het was toch een tamelijk bizarre situatie. Zoals het geweest was kon het niet meer worden, maar ik wilde ook niet doen alsof ze niet bestond. Ondanks het vroege uur nam ik een biertje. Daar was ik wel aan toe. En ik kneep maar eens in mijn arm. Mijn telefoon trilde. 

‘Ben je alweer naar de kapper geweest sinds de laatste keer?’

Aha, dat kon met goed fatsoen natuurlijk heel prima. Naar de kapper!

‘Nee, nog niet. Kun jij er van de week eens naar kijken?’

‘Natuurlijk, geen probleem. Laat maar weten wanneer je komt.’

‘Ok,​ graag.’

Oh my Buddha! Dan zou ik haar toch weer zien. Wat een wonder. Ik kon wel huilen van geluk. 

De volgende ochtend om een uur of elf – ik was nog op mijn kamer met een bargirl – kwam er al weer een berichtje. 

‘Kom je vanmiddag langs?’

Ik kon onmogelijk ‘nee’ zeggen.

‘Is goed, hoe laat heb je tijd?’

‘Maakt niet uit, het is toch stil. Ik heb de auto bij me, zal ik je om twee uur ophalen?’

‘Ja, leuk!’

‘Wonderful 2 Bar?’

‘Ja, helemaal goed.’

‘Mijn zus en mijn nichtje en een vriendin zijn er ook nog vandaag. Maar die bijten niet hoor!’

‘Ik ben niet bang voor ze.’

‘Ik heb weinig te doen in de zaak. Als je ergens naar toe wilt, dan moet je het maar zeggen. Als je de diesel betaalt en wat extra kan ik wel je taxi-girl worden. Haha!’

‘Daar zal ik eens over nadenken. Dat is misschien wel een goed idee.’

‘Ok, ik zie je straks.’

Ik dacht er inderdaad eens over na, en eigenlijk was het een briljant idee! 

Ze pikte me om twee uur op bij de Wonderful Bar en we reden naar haar winkeltje. Ik werd hartelijk ontvangen. Haar zusje waste mijn haar, haar nichtje verfde het en zelf knipte ze het. Ik zat een stuk prettiger dan de vorige keer. De dames waren al op de hoogte van haar ‘sollicitatie’ als taxi-girl, en deden wat suggesties. Het zusje vroeg of ik een paar dagen naar een mooi eiland niet leuk zou vinden. Nu viel ik echt bijna uit mijn stoel. Je kunt toch aan een farang-butterfly niet voorstellen dat hij met je net getrouwde zus een paar dagen op een idyllisch eiland vakantie gaat vieren? Zijn alle Thaise vrouwen echt volkomen maf? Maar niemand toonde ook maar de geringste vorm van verbazing, en de plaatjes van geschikte accomodaties vlogen al over de beeldschermen van de IPhones. Dit werd me toch echt te gortig. Een uitstapje met overnachtingen, daar had ik al helemáál niet aan gedacht. Ik zei dat er nog wel een paar plekjes in de buurt van Pattaya waren die ik wilde zien, die ging ik wel eens rustig opzoeken. Vonden ze ook best.

Het meisje uit Naklua bracht me terug naar de Wonderful Bar. Zodra ik iets wist om naar toe te gaan moest ik het maar laten weten, dan zou ze er zijn. Ik wilde het eerst maar even laten betijen. Het was allemaal zo onverwacht en overdonderend. Maar daar kwam niks van terecht. Ik zocht iets op waar ik wel naar toe zou willen. Ik kwam uit op de berg waarop een enorme afbeelding van Buddha zichtbaar is. Met een laserstraal is dat uitgehouwen in de rots, en daarna met bladgoud ingelegd. Dat is een kilometer of 30 hiervandaan, een uurtje rijden. Dat durfde ik wel aan. 

De volgende dag stelde ik voor dat we daar een keer naar toe konden gaan. Ze had er wel zin in:

‘Laten we vanmiddag gaan. Ik verveel me.’

Vooruit dan maar.

Ze heeft een enorme pick-up met dubbele cabine, een drie liter, zes cylinder diesel, met automaat, leren bekleding etcetera. In Pattaya is een klein autootje eigenlijk handiger, maar in de Isaan heb je dit nodig vanwege de kuilen en gaten in de weg. En zo’n koeienvanger voorop is ook geen overbodige luxe. Ze manouevreert het bakbeest beheerst door de smalle straatjes hier, en je voelt je geen moment onveilig bij haar in de auto. Ik vond het helemaal geweldig. Lekker een beetje rondtoeren, even de toerist uithangen, en onderweg genoeg tijd om met elkaar te praten. Het voordeel van een gesprek in een auto is – althans naar mijn mening – dat het veel minder storend is als er wat stiltes vallen dan wanneer je bijvoorbeeld met iemand in een restaurant zit. En met minder praten kun je vaak meer zeggen. Het was een heerlijke middag. Twee dagen later zijn we aapjes gaan kijken, 65 kilometer hier vandaan. Het geeft een extra dimensie aan deze trip naar Thailand. Ik geniet ervan. En ’s avonds hang ik gewoon de butterfly uit, dus ik mis niks. Ik heb geen idee hoe lang dit zo doorgaat. Ik houd er rekening mee dat het opeens afgelopen kan zijn. You never know tomorrow en er zijn steeds minder dingen die me verbazen hier. Maar wat ik gehad heb kan niemand me meer afnemen.

En u hoeft zich geen zorgen te maken, ik zal geen vinger naar haar uitsteken.