Het meisje uit Naklua.

Hieronder vindt u links naar de eerdere delen van ‘Het meisje uit Naklua’, alsmede de tekst van het meest recente deel. Gewoon bij de eerste link beginnen dus, voor nieuwe lezers.

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-2/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-3/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-4-slot/

http://www.thailandblog.nl/column/eerlijke-butterfly-ontmoet-meisje-uit-naklua-deel-5/

Het meisje uit Naklua. Deel 6.

Woensdag had ik mijn ticket geboekt, voor de vlucht op vrijdagavond. Op donderdag plaatste het meisje uit Naklua een paar foto’s op Facebook. ‘Laatste avond met mijn vriendinnen’, stond erbij. Het stel was na het huwelijksreisje kennelijk nog even een paar dagen naar de Isaan teruggekeerd alvorens richting Duitsland te gaan. Het moet op z’n minst een raar gevoel geven, alles en iedereen zo achter je laten.

Wanneer ze precies zouden vertrekken wist ik niet. Ik ging het ook niet vragen. Ze was nu met haar echtgenoot en ze had vast wel wat beters te doen dan mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.

Ik zou opstijgen, waar zij zou landen: Frankfurt. Een merkwaardig toeval. Misschien zou het wel een ‘fly-by’ worden ergens boven Kazachstan of zo. Dan kon ik nog even zwaaien. Ik moest er maar niet teveel aan denken.

Met de ICE boemelde ik vrijdag het land uit, tot Keulen. Daar maakte ik vanuit de trein een foto van de Rijn en van de Dom. Ik stuurde ze naar het meisje uit Naklua. ‘Groeten uit Keulen!’ Ze reageerde niet.

Het laatste stuk ging vlotter, met 300 km/h. Tegen drie uur ’s middags ging de A-380 van Thai Airways de lucht in. Het eten was voortreffelijk, de stoel naast me was leeg, en ik sliep af en toe redelijk. Zaterdagochtend om kwart over zes geland in Bangkok. Het eerste wat ik deed was een SIM-kaart en data-tegoed kopen. Mijn telefoon kwam weer tot leven. Het meisje uit Naklua had inmiddels wel gereageerd:

‘Wie schön! Vielen Dank.’  

Toch aardig.

Ik maakte een foto van de aankomsthal en stuurde die ook op: ‘Groeten uit Suvarnabhumi.’ Ze zou wel raar opkijken dat ik alweer in Thailand was. Ik nam een taxi en om negen uur zat ik aan de koffie in de vertrouwde Wonderful 2 Bar in Pattaya. Na een tijdje trilde mijn telefoon. Het meisje uit Naklua was nu wakker en inderdaad verbaasd:

‘Ben je in Thailand?!’

‘Ja, drie uur geleden geland in Bangkok!’

‘Ik ben ook in Bangkok. Als je wilt kun je vanavond meerijden naar Pattaya.’

Huh? Wat was dit voor onzin?

‘Ik begrijp het niet. Ga jij naar Pattaya? Waarom?’

‘We zijn nu in Bangkok, vanavond om 8 uur breng ik mijn man naar het vliegveld en dan rijd ik door naar Pattaya.’

‘Ga jij niet met hem mee dan?’

‘Ik heb nog geen visum, ik ga pas in september.’

‘Wat een narigheid, dat is wel heel sneu voor je…’

‘Nee hoor, het is ok.’

‘Nou ja, het is natuurlijk leuker om bij je man te zijn. En voor je man is het leuker om bij jou te zijn, toch? Maar goed, dan moet je nog maar wat geduld hebben. Jullie zijn nu getrouwd, dat is tenslotte het belangrijkste.’

‘Ja. Rij je mee vanavond?’

‘Nee, ik ben al in Pattaya.’

‘Oh, ok..’

Ik wist even niet meer wat ik moest zeggen. Ik was totaal verbijsterd. Nog geen veertien dagen getrouwd en dan is het kennelijk doodnormaal om een farang, met wie ze een paar weken daarvoor het bed nog deelde, naar Pattaya te rijden, terwijl haar man naar Duitsland vliegt. Tsja, het viel natuurlijk wel binnen de definitie van wat onder ‘goede vrienden’ gebruikelijk is, maar dit zou ik toch echt nooit verzonnen hebben.

Gelukkig was ik al in Pattaya, en had ik niet na hoeven denken of ik van het aanbod gebruik zou maken. Maar wat moest ik hier nu mee? Het was toch een tamelijk bizarre situatie. Zoals het geweest was kon het niet meer worden, maar ik wilde ook niet doen alsof ze niet bestond. Ondanks het vroege uur nam ik een biertje. Daar was ik wel aan toe. En ik kneep maar eens in mijn arm. Mijn telefoon trilde. 

‘Ben je alweer naar de kapper geweest sinds de laatste keer?’

Aha, dat kon met goed fatsoen natuurlijk heel prima. Naar de kapper!

‘Nee, nog niet. Kun jij er van de week eens naar kijken?’

‘Natuurlijk, geen probleem. Laat maar weten wanneer je komt.’

‘Ok,​ graag.’

Oh my Buddha! Dan zou ik haar toch weer zien. Wat een wonder. Ik kon wel huilen van geluk. 

De volgende ochtend om een uur of elf – ik was nog op mijn kamer met een bargirl – kwam er al weer een berichtje. 

‘Kom je vanmiddag langs?’

Ik kon onmogelijk ‘nee’ zeggen.

‘Is goed, hoe laat heb je tijd?’

‘Maakt niet uit, het is toch stil. Ik heb de auto bij me, zal ik je om twee uur ophalen?’

‘Ja, leuk!’

‘Wonderful 2 Bar?’

‘Ja, helemaal goed.’

‘Mijn zus en mijn nichtje en een vriendin zijn er ook nog vandaag. Maar die bijten niet hoor!’

‘Ik ben niet bang voor ze.’

‘Ik heb weinig te doen in de zaak. Als je ergens naar toe wilt, dan moet je het maar zeggen. Als je de diesel betaalt en wat extra kan ik wel je taxi-girl worden. Haha!’

‘Daar zal ik eens over nadenken. Dat is misschien wel een goed idee.’

‘Ok, ik zie je straks.’

Ik dacht er inderdaad eens over na, en eigenlijk was het een briljant idee! 

Ze pikte me om twee uur op bij de Wonderful Bar en we reden naar haar winkeltje. Ik werd hartelijk ontvangen. Haar zusje waste mijn haar, haar nichtje verfde het en zelf knipte ze het. Ik zat een stuk prettiger dan de vorige keer. De dames waren al op de hoogte van haar ‘sollicitatie’ als taxi-girl, en deden wat suggesties. Het zusje vroeg of ik een paar dagen naar een mooi eiland niet leuk zou vinden. Nu viel ik echt bijna uit mijn stoel. Je kunt toch aan een farang-butterfly niet voorstellen dat hij met je net getrouwde zus een paar dagen op een idyllisch eiland vakantie gaat vieren? Zijn alle Thaise vrouwen echt volkomen maf? Maar niemand toonde ook maar de geringste vorm van verbazing, en de plaatjes van geschikte accomodaties vlogen al over de beeldschermen van de IPhones. Dit werd me toch echt te gortig. Een uitstapje met overnachtingen, daar had ik al helemáál niet aan gedacht. Ik zei dat er nog wel een paar plekjes in de buurt van Pattaya waren die ik wilde zien, die ging ik wel eens rustig opzoeken. Vonden ze ook best.

Het meisje uit Naklua bracht me terug naar de Wonderful Bar. Zodra ik iets wist om naar toe te gaan moest ik het maar laten weten, dan zou ze er zijn. Ik wilde het eerst maar even laten betijen. Het was allemaal zo onverwacht en overdonderend. Maar daar kwam niks van terecht. Ik zocht iets op waar ik wel naar toe zou willen. Ik kwam uit op de berg waarop een enorme afbeelding van Buddha zichtbaar is. Met een laserstraal is dat uitgehouwen in de rots, en daarna met bladgoud ingelegd. Dat is een kilometer of 30 hiervandaan, een uurtje rijden. Dat durfde ik wel aan. 

De volgende dag stelde ik voor dat we daar een keer naar toe konden gaan. Ze had er wel zin in:

‘Laten we vanmiddag gaan. Ik verveel me.’

Vooruit dan maar.

Ze heeft een enorme pick-up met dubbele cabine, een drie liter, zes cylinder diesel, met automaat, leren bekleding etcetera. In Pattaya is een klein autootje eigenlijk handiger, maar in de Isaan heb je dit nodig vanwege de kuilen en gaten in de weg. En zo’n koeienvanger voorop is ook geen overbodige luxe. Ze manouevreert het bakbeest beheerst door de smalle straatjes hier, en je voelt je geen moment onveilig bij haar in de auto. Ik vond het helemaal geweldig. Lekker een beetje rondtoeren, even de toerist uithangen, en onderweg genoeg tijd om met elkaar te praten. Het voordeel van een gesprek in een auto is – althans naar mijn mening – dat het veel minder storend is als er wat stiltes vallen dan wanneer je bijvoorbeeld met iemand in een restaurant zit. En met minder praten kun je vaak meer zeggen. Het was een heerlijke middag. Twee dagen later zijn we aapjes gaan kijken, 65 kilometer hier vandaan. Het geeft een extra dimensie aan deze trip naar Thailand. Ik geniet ervan. En ’s avonds hang ik gewoon de butterfly uit, dus ik mis niks. Ik heb geen idee hoe lang dit zo doorgaat. Ik houd er rekening mee dat het opeens afgelopen kan zijn. You never know tomorrow en er zijn steeds minder dingen die me verbazen hier. Maar wat ik gehad heb kan niemand me meer afnemen.

En u hoeft zich geen zorgen te maken, ik zal geen vinger naar haar uitsteken. 

Partytime, Pattaya, september 2014.

Ning is 46 jaar geleden geboren in de Isaan, een plattelandsregio die het Noord-Oosten van Thailand omvat. De meeste bargirls komen hier vandaan. Men leeft er voornamelijk van de landbouw, terwijl de grond daar juist minder geschikt voor is. Met armoede tot gevolg en dan lonken steden als Bangkok en Pattaya. Oorspronkelijk zijn het eigenlijk geen Thai. Er is meer verwantschap met de Laotianen. Ze zijn (nog) wat kleiner dan de Thai, spreken – naast Thais – ook een eigen taal en zijn veelal wat donkerder getint. Ze worden nog altijd niet helemaal voor vol aangezien, maar ze mogen meedoen.

De geboorte van Ning was geen onverdeeld vreugdevolle gebeurtenis. Niet dat het zo’n zware bevalling was, maar ze zag er een beetje vreemd uit. Er zat geen enkel haartje op haar bolletje. En dat zou zo blijven. Pas op haar dertiende was er geld, 500 Baht destijds, voor een pruik. Sindsdien gaat Ning dan ook getooid door het leven. Of er hier op de scholen anti-pest-programma’s zijn weet ik niet, maar het zal niet altijd even gemakkelijk zijn geweest. Ning heeft ermee leren leven. Ze zit er niet meer mee en is happy met haar pruik. Als die er tenminste netjes uit ziet. En daar schortte het een beetje aan. Hij was alweer een jaar of drie oud en vertoonde wat gebruikssporen. Vandaar dat er een nieuwe in de maak was die ze afgelopen week kon gaan ophalen. Zelfde model als de vorige, maar nu liep ze er weer onberispelijk bij. Kosten alles bij elkaar een slordige 17.000 Baht, €420,-. En op waren haar spaarcentjes weer.
Eergisteren had ze een vrije dag genomen. Ze was naar Bangkok geweest om te kijken voor kleding, waar ze wat in rommelt. De bedoeling is om in Bangkok een winkeltje te openen. Dat kan natuurlijk pas ná het hoogseizoen, zeg maar in april, want nu zijn er geen centjes. De 1500 Bath die ze de laatste keer van mij gekregen had waren voor het grootste deel gebruikt om water en electriciteit te betalen, 800 Baht; een deel, 500, was naar family gegaan en 200 Baht had ze zelf gehouden.
Ze heeft het wel eens beter gehad, toen ze nog gelukkig getrouwd was met haar man. Hij had een aardige baan, ze hadden een leuk huisje en zelfs een auto. Aan dit geluk kwam een paar jaar geleden een einde toen manlief ziek werd en na een ziekbed van enkele maanden overleed. Er waren geen inkomsten meer. Ning bleef alleen achter met ziekenhuisrekeningen ten bedrage van 180.000 Baht, waar ze nu nog elke maand 3000 Baht op afbetaalt. En ook wel eens een maandje niet. De kledingzaak in Bangkok zal voorlopig wel een droom blijven en met haar 46 jaar wordt het werk er in Pattaya ook niet makkelijker op. Haar humeur en enthousiasme hebben hier evenwel niet merkbaar onder te lijden en aangezien haar massage deze reis nog door niemand is geëvenaard ging ik gisteren rond een uur of vijf naar Soi 7 om haar andermaal te barfinen.

Van een afstand zag ik het al: ballonnen. De Happiness bar 1 en 2 waren rijkelijk versierd met ballonnen, er was een podiumpje in elkaar geknutseld voor live-muziek en er stonden twee grote tafels opgesteld. Dat betekende dat er iemand jarig was. Niet één van de meisjes, niet de Mamasan, maar het grote opperhoofd, de eigenaresse van de bars. Groot feest dus. Om acht uur zou het beginnen, begreep ik van Ning.
Zo laat was het nog lang niet. De meisjes waren vast begonnen om zichzelf en elkaar voor deze gelegenheid extra mooi te maken. Het leek meer op een beautysalon dan op een beer bar. Ning verontschuldigde zich, ze moest naar haar nabijgelegen kamer om zich om te kleden, te douchen en ook feestelijk voor de dag te komen. Dat zou een half uur gaan duren, ik moest blijven zitten en mocht beslist niet weggaan. Dat beloofde ik. Na een half uur kwam één van de andere meisjes naar me toe met een mobieltje in haar hand. Telefoon. Voor Poepie. Voor mij dus. Het was Ning. Nog een kwartiertje, twintig minuten. Niet weggaan please. Nee hoor.
Ondertussen bedacht ik dat het voor Ning misschien wel erg belangrijk was om dit feest mee te maken en dat het niet leuk was als ik haar nu zou barfinen. Het idee om hier de hele avond te blijven zitten stond me echter ook niet zo aan.
Het was bijna zes uur toen Ning in een feestelijk jurkje, op nieuwe schoenen en met lange krullen in haar maagdelijke pruik, opnieuw haar opwachting maakte.
– ‘Jij moet vanavond lekker feest vieren, ik ga je nu niet barfinen hoor’, zei ik tegen haar, nadat ik mijn bewondering voor haar verschijning had laten blijken.
– ‘We kunnen ook nu gaan, en later terugkomen’, zei ze, om me niet helemaal teleur te stellen.
Dat was ook maar een halve oplossing, die ik niet zag zitten.
– ‘Ik heb een beter idee: Ik ga zometeen wat eten, dan ga ik een paar uurtjes slapen. Daarna kom ik terug om te kijken of het een leuk feestje is, en dan zien we wel weer verder.’
Ze keek me aangenaam verrast aan, sprong een gaatje in de lucht en ik was de liefste Poepie van de hele wereld.

Bij het Lek-hotel liet ik mij het buffet-diner goed smaken. Twee borden vol, een stevige bodem. Lekker uitbuiken op bed en met BVN op de televisie dommelde ik al gauw weg.
Toen ik wakker werd was het tien uur. Tijd om te ontbijten? Nee, het was donker buiten. Dus zou het wel avond zijn. Langzaam vielen de stukjes weer op hun plek. Er zat nog een feestje aan te komen, ik moest tòch uit de veren. De langste korte broek uitgezocht, een beetje decent T-shirt. Of zou ik een overhemd met lange mouwen aantrekken? Dat vond ik toch wat overdreven, ik liet het bij een niet al te lubberend T-shirt in een donkere kleur, zonder schreeuwerige opdruk. En nog even extra scheren en de haartjes netjes kammen. Enig respect voor een oudere jarige leek me niet ongepast.

Om half elf was het feest, zoals ik al vermoedde, in volle gang. Er was flink uitgepakt. Een echte zanger, een professionele fotograaf, een tafel helemaal gevuld met grote schalen lekkernijen – genoeg voor een half weeshuis – en emmers vol met mixdrank voor de meisjes. Die dansten er vrolijk op los. Alleen, met klanten of met elkaar, dat maakte allemaal niet uit. Als ze bevangen dreigden te raken door de hitte gingen ze voor één van de grote ventilatoren staan om uit te waaien. Een tweede tafel was voor de helft gevuld met cadeaus en twee verjaardagstaarten. Zo te zien één ‘officiële’ en één minder officiële, maar vast en zeker goed bedoelde. Aan de andere helft waren zitplaatsen gecreëerd voor de jarige en de rest van de familie, die van jong tot oud aanwezig was.
Een enkel meisje liet zich ondanks dit alles toch barfinen, maar veruit de meesten leken voornemens het feest tot het einde mee te gaan maken.
Ning moest natuurlijk uitgebreid op de foto. Alleen, samen met mij, met haar collega’s, met de Mamasans en met het Grote Opperhoofd. Ik vond het prima, klikte er lustig op los, at wat van de lekkere hapjes en doneerde twee biljetten van 100 Baht om de gebruikelijke slinger van bankbiljetten – die om de hals van het feestvarken hing – nog langer te maken. Ning gaf ik een handjevol biljetten van 20 Baht, die voor hetzelfde doel werden aangewend. De tijd vloog, het was een ongedwongen, plezierige wanorde.
De hoge hakken van de nieuwe schoenen van Ning haalden het einde van de avond niet. Er werd overgestapt op een reservepaar. Een paar meisjes zaten of lagen erbij alsof ze zèlf het einde van de avond niet zouden halen. Er zat in de mixdrank kennelijk meer alcohol dan in de ladydrinks. Tegen middernacht veranderde het licht chaotische tafereel als vanzelf in een wat meer gestructureerd beeld. De meisjes stelden zich netjes op in bloemkoolformatie om zo alvast het zangkoor te vormen. De verlichting doofde, de kaarsjes op de officiële taart – waarschijnlijk van de familie – werden ontstoken. De letters die de woorden ‘happy birthday’ vormden en rechtop in een halve cirkel op de taart stonden, bleken tevens de kaarsjes te zijn. Ergens jammer, want ze zagen er erg lekker uit. Ook de kaarsjes op de goedbedoelde taart – van het personeel vermoed ik – moesten er aan geloven. Een feeëriek schijnsel was het resultaat. De jarige had met haar familie plaatsgenomen achter de taarten. Iedereen klapte en zong mee met de inmiddels ingezette, deels Thaise, versie van het ook hier bekende ‘Happy Birthday’. Aan het eind van het liedje was het klokslag twaalf uur geworden. De jarige blies de kaarsjes in twee keer uit en nam allereerst de felicitaties van de familieleden in ontvangst. De meisjes stoven uiteen om de honderden ballonnen te lijf te gaan. Zo was het pas een heus knalfeest! De taarten werden aangesneden. Nu waren de meisjes aan de beurt om te feliciteren. Ning sleepte me mee, ik hoorde er ook bij. Hierna was ook het formele gedeelte van de avond ten einde en hernam alles langzamerhand zijn gewone loop. Ik ging weer aan de bar zitten, bijkomen van de geringe inspanningen. Ik bekeek de foto’s en filmpjes die ik gemaakt had en was redelijk tevreden. De meisjes die over mijn schouder meekeken – aan de reacties te horen – ook. Ik werd op mijn schouder getikt en keek op. Het was de eigenaresse zèlf die mij een stuk van de officiële feesttaart aanbood! Dat kon ik uiteraard niet weigeren. Zó groot was die taart nou ook weer niet, nauwelijks genoeg voor alle familie, dus ik voelde mij zeer vereerd. Hoewel ik daar in het algemeen niet zo snel toe over ga – bang om hem verkeerd te gebruiken – durfde ik mij nu wel een wai met de handen hoog voor mijn gezicht te permitteren. Het ging goed.
De halve letter die op de taart lag heb ik, hoe verleidelijk ook, maar niet opgegeten.
Ning kwam naast me zitten. Het feest was afgelopen. Ze had het naar haar zin gehad.
– ‘Now time to take care of you’, zei ze lachend.
We vertrokken samen achterop een motobike naar de Wonderful 2 bar om onder het genot van de muziek wat na te praten. Om half twee gingen we naar mijn kamer.
– ‘You take shower first?’, vroeg ik.
Dat was goed.
Ze moest bekaf zijn. Vanaf acht uur vanochtend tot zes uur vanmiddag haar reguliere werktijd, en dan nog de hele feestavond er achter aan.
Toen ik ook gedoucht had, lag ze op bed. Ik ging naast haar liggen.
– ‘Are you tired?’, vroeg ik.
Ja, dat was ze.
– ‘Little bit.’
– ‘You want massage?’, vroeg ik.
Dat wilde ze wel.
Ik deed goed mijn best en van top tot teen was ik toch wel een half uur zoet.
Ze haalde diep adem en kwam overeind.
– ‘Now you want massage?’
– ‘No, it’s ok. You better go sleep now’, zei ik.
– ‘No boom-boom?’
– ‘We can do tomorrow. Now latiswat nolafandee (goedenacht).’
– ‘Ok, latiswat nolafandee.’
Ik kreeg een dikke kus. Ze schurkte zich tegen me aan, trok mijn armen om haar middel heen en viel geluidloos in slaap.
image

Pattaya September 2014

In precies 14 uur van de Goethe Bar in Frankfurt naar de Wonderful 2 Bar in Pattaya. Pas mal. De TG293 was 10 minuutjes na schematijd aan de pier, bij Immigration had ik slechts één wachtende voor me (het is laagseizoen) dus ik  kon vrijwel meteen buiten aan de sigaret en vervolgens met de taxi naar Pattaya. Onderweg nog even gestopt voor een rook/plas/drink/tank(NRG)pauze, weer hartelijk welkom geheten in de Wonderful 2 bar, wat Euro’s in Bath’s omgewisseld, en vervolgens mijn intrek genomen in het hotel waar ik ook nu weer enthousiast werd ontvangen. Ze hebben hier 1 Wifi-inlogpunt voor de lobby en voor buiten en verder nog een stuk of tien verschillende om te garanderen dat het ook op alle kamers pico bello in orde is. Want dat is hier natuurlijk de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld. Op de foto het uitzicht vanaf mijn balkon richting Second Street. De Wonderful 2 Bar bevindt zich onder het donkerkleurige golfplaten dak. Ben ik een keer vroeg thuis, dan kan ik toch nog meegenieten van de Live Band. Vandaar altijd mijn voorkeur voor een kamer aan streetside. Links boven een stukje vinger, waarvoor excuses.IMG_153150580188529

Bobby, kroeghond in Pattaya.

Bobby is de hond van de Wonderful 2 Bar. Hij is al behoorlijk op leeftijd, 20 jaar. Meestal ligt hij te slapen, of volgt hij de taferelen in Soi 13. In de jaren dat ik hem ken is hij heel wat dikker geworden en heeft hij steeds meer moeite gekregen met opstaan, lopen, en weer gaan liggen. Hij weet zelf ook dat het allemaal niet meer zo makkelijk gaat. Als hij vanaf de straat de twee treden naar de bar moet bedwingen, gaat hij eerst stilstaan, spreekt zichzelf wat moed in, en waagt dan de sprong omhoog. Steeds vaker haalt hij de eerste trede zelfs niet helemaal en moet hij met alle vier z’n poten wild spartelen om niet terug te glijden naar beneden. Uiteindelijk komt hij er wel, met pijn en moeite. Dan kijkt hij nog even om naar de twee treden alsof hij wil zeggen: ‘Kuttrapje!’

Zorgvuldig zoekt hij een geschikt plekje, want als hij zich eenmaal door z’n poten heeft laten zakken, is het weer een hele toer om overeind te komen. Als hij opzij moet, laat hij zich het liefst wegslepen. Dat gaat vrij soepel, over de gladde tegels.

Een echt baasje heeft Bobby niet. Dat heeft als voordeel dat hij naar niemand hoeft te luisteren. Hij doet geen kunstjes, voor niemand niet. Ik denk ook niet dat iemand hem ooit kunstjes geleerd heeft. Wel is hem op de één of andere manier bijgebracht wanneer hij in actie moet komen en zijn territorium moet gaan verdedigen. Natuurlijk moet hij klanten en personeel dulden, en straatverkopers ook, maar sjofel geklede zwerverstypen, die zijn ongewenst. Hoe hij het onderscheid maakt is mij een volkomen raadsel, maar hij doet het feilloos. Als er eentje aan komt lopen richt hij zich, ondanks zijn lichamelijke ongemakken, direct op en rent al blaffend in de richting van de ongewenste persoon. Hij blijft netjes op het terrein van de bar, maar loopt tegelijkertijd samen op met het ongure type, net zolang totdat die helemaal voorbij is. Soms durft iemand niet verder te lopen en blijft stilstaan. Het personeel moet dan duidelijk maken dat doorlopen de enige oplossing is. Bobby wordt pas weer stil als de bewuste persoon minstens vijftig meter van de bar verwijderd is. Dan loopt hij hoofdschuddend terug naar waar hij lag, of zakt ergens anders in elkaar, tevreden.

Gisterenavond laat, eigenlijk vanochtend vroeg, kwam er zo’n geval aanlopen. Stoffige slippers, een rafelige ongewassen broek, een te groot overhemd, half open, en een ongeschoren kop met een pet. Plus een plastic zak aan de riem van de broek. Dat is zo ongeveer zijn doelgroep. Hij bedenkt zich dan geen moment en de aanwezige gasten verbazen zich over de felheid waarmee hij tekeer gaat.

De man raakte behoorlijk geïrriteerd door het optreden van Bobby. In plaats van door te lopen liep hij op Bobby af en gaf hem een ferme schop tegen zijn kop. Het blaffen verlengde zich met een ijselijk gejank, Bobby liep nu wél de straat op maar na nog een schop was hij uitgeschakeld en moesten de meisjes hem terug dragen.

De man meende zijn ongenoegen nu ook nog verbaal kracht bij te moeten zetten en toen was de maat vol. Een mannelijk lid van de bedrijfsleiding van de bar, atletisch type en nog in de kracht van zijn leven, ging zich ermee bemoeien. Pratend kwamen ze er niet uit, de barman ging zich bewapenen met een bezemsteel, uit belendende etablissementen stroomden geallieerde troepen toe en de man kreeg een ongenadig pak slaag, inclusief stokslagen zoals ik ze alleen op filmpjes uit de Arabische wereld heb gezien. Het ging allemaal razendsnel en ik was te laat om er een filmpje van te maken, hoewel dat ook kwam doordat ik me even afvroeg of het wel verstandig was om dit tafereel vast te leggen. Na enige tijd was het kennelijk genoeg geweest en werd de man weer op de been geholpen. De barman bleef nog wel een kwartier met hem in gesprek, waarna de man terugstrompelde in de richting waar hij vandaan was gekomen. Het duurde nog geruime tijd alvorens Bobby ontwaakte uit zijn coma en zich een paar meter verplaatste. Onder luid gejuich en applaus van de aanwezigen. Zijn waterbak werd onder de pooltafel vandaan gehaald, hij hoefde niet verder te lopen. Zijn halsband had het niet overleefd en zijn hals en kaak waren opgezwollen. Drie barbecuestokjes met vlees werden hem liefdevol gevoerd. Een pilletje, ik denk tegen infectie, want er liep ook wat bloed uit een poot, kostte wat meer moeite, maar veel weerstand bood Bobby niet.

Kort na één uur verscheen de man weer ten tonele. Zwaaiend met een vishengel en een halveliterfles bier. Er vormde zich weer een overmacht. Deze keer bleef het bij praten. Hij verdween weer, maar de kou was nog niet uit de lucht. Inmiddels hadden de autoriteiten kennelijk toch lucht gekregen van het incident. De betrokken geallieerde troepen werden discreet uitgenodigd zich aan de overkant van Second Road te verzamelen, alwaar een langdurige vergadering werd gehouden. Het slachtoffer verscheen voor de derde keer deze avond, hij had zich nu omgekleed in schone rode sportkleding, liet zich vergezellen door een vriend en had de werphengel weer bij zich. Zij namen ook deel aan de vergadering, er kwam geen eind aan. Het was kwart over drie voordat iedereen werd heengezonden. Bobby stond op, nam de twee treden naar beneden, stak de straat over en verdween richting Soi 13/1. Dat is een beetje een vast loopje van hem, rond deze tijd. Ik vermoed dat hij daar een vriendinnetje heeft…

image

image